Onderstaand bericht is afkomstig van de website van
‘Het Limburgs Landschap’
Weerterbos
Hand aan de Schop |
Natuurherstel Weerterbos slaat brug naar België
In het najaar van
2011 gaat in het Weerterbos een aantal grootschalige natuurherstelprojecten van
start. Het voormalige agrarische gebied van de Grashut wordt weer in oude
glorie hersteld. Een complex van vennen zal worden uitgegraven. Eenzelfde soort
project wordt in het deelgebied 'In den Vloed' uitgevoerd. Ook daar zullen oude
vennen weer het daglicht zien. Hiermee wordt een belangrijk sluitstuk ingezet
van het venherstel dat in het Weerterbos zo'n 15 jaar geleden van start ging.
Naast een belangrijk natuurdoel zijn deze projecten ook heel belangrijk voor
het voorkomen van wateroverlast in de wijde omgeving, tot in Den Bosch toe. Een
bijzonder aardig aspect aan deze projecten betreft de herbestemming van de bij
het graafwerk vrijkomende grond. Enkele kilometers zuidelijk van de nieuwe
vennen wordt de grond gebruikt bij de aanleg van een ecoduct over de A2 en de
spoorlijn Eindhoven-Weert die het Weerterbos zal verbinden met het grensgebied
Kempenbroek. Een samenspel met tal van partijen in een uniek
samenwerkingsproject.

Op deze luchtfoto
is de voormalige landbouwenclave van de Grashut duidelijk te zien. Het komend
najaar zal hier grootschalig natuurherstel plaatsvinden. Het andere gebied dat
in oude glorie wordt hersteld, In den Vloed, is als klein ven rechts achter de
Grashut te herkennen. Foto Edmond Staal.
Balans tussen rijk
en arm
Nee, het gaat hier
niet over geld, maar over water. Het Weerterbos is gebaat bij voedselarm water.
Dat levert de meest bijzondere natuurwaarden op, om precies te zijn
natuurwaarden gebonden aan zwakgebufferde systemen. Water in landbouwgebieden
is juist voedselrijk. Bij een goed natuurbeheer is het van belang dat het
voedselrijke water niet mengt met voedselarm water. Het is als een beetje inkt
in water doen. Dat water neemt meteen de kleur van de inkt aan. Bij een beetje
voedselrijk water in voedselarm heeft dat vrijwel hetzelfde effect. Het is
echter niet simpel om waterstromen gescheiden te houden, ook niet in het
Weerterbos. De Oude Graaf die voedselrijk water uit agrarisch gebied en
overstortrioolwater van Weert afvoert loopt dwars door het Weerterbos en heeft
daardoor een negatieve invloed op het van origine voedselarme karakter van dit
gebied. In samenwerking met het Waterschap Peel en Maasvallei wordt dit
voedselrijke water afgekoppeld van de Oude Graaf. Het wordt opgevangen in een
speciaal daarvoor aangelegde waterbuffer.
Balans tussen veel
en weinig
Zo, dat is één
probleem opgelost. Maar dan zijn we er nog niet want er moet ook gezocht worden
naar een balans tussen veel en weinig. Want het Weerterbos ligt in de bovenloop
van het beekdal van de Aa die uiteindelijk weer uitkomt in het Dommeldal. En
alles wat je in de bovenloop van een beekdal doet, heeft effect op het lager
gelegen stroomdal. Juist dan komt het veranderende klimaat om de hoek kijken.
We worden namelijk de laatste jaren meer en meer geconfronteerd met perioden
van veel neerslag en grote droogte, vaak op de momenten dat we daar juist niet
op zitten te wachten. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot droogte in een nat
natuurgebied, natschade in landbouwgebied en wateroverlast in stroomafwaarts
gelegen dorpen en steden. Zeker bij hoge piekafvoeren als gevolg van veel
neerslag in korte tijd treden grote problemen op. Om dat in de toekomst
allemaal het hoofd te bieden wordt er op allerlei fronten gewerkt in en in de
omgeving van het Weerterbos. De genoemde buffer die is aangelegd dient ervoor
om tijdelijk veel water bij piekmomenten op te vangen en dit gedoseerd af te
kunnen laten stromen. Zo worden gronden die stroomafwaarts liggen gevrijwaard
van waterschade. Ook het herstel van vennen draagt bij aan het voorkomen van
natschade. Zij fungeren als een soort spons en hebben daardoor ook een
bufferende werking. Na het vol lopen van het meest hoog gelegen ven stroomt
water langzaam naar het volgende. Zo ontstaat een heel systeem van
doorstroomvennen in het Weerterbos en verlaat het water pas na lange tijd, en
geleidelijk, het gebied.

Dit bestaand ven in
het Weerterbos geeft een beeld hoe de Grashut en In den Vloed er straks uit
komen te zien. Een complex van vennen en moeras omzoomd door struweel van loof-
en naaldbos. Foto Luuk Daamen.
Zo, en dan nu
klaar?
Nee. Maar met alles
wat er door alle partijen gedaan is en wordt zijn we wel een aantal heel belangrijke
stappen verder. De hydrologische motor van het Weerterbos komt flink op gang.
Het systeem is ontdaan van de verkeerde olie en verzuipen of droogvallen doet
het ook al veel minder. Een functionerende hydrologische motor is echter een
samenspel tussen aan- en afvoer van water, en perfect is dat nu nog niet. Die
aanvoer van water gaat onder andere door de ondergrond en waar het opwaarts
naar de oppervlakte wordt gestuwd heet dat kwel. Het Weerterbos is een echt
kwelmoeras, met zwakgebufferde (en dus voedselarme) omstandigheden. Maar water
dat ergens kwelt moet eerst op een andere plaats in de grond zakken: inzijging.
Een optimaal functionerende hydrologische motor kent hoog en droog gelegen
inzijgingsgebieden en laaggelegen natte kwelgebieden. Vroeger bestonden de
inzijgingsgebieden met name uit stuifzand en heide en plaatselijk ook uit
eiken-berkenbos. Het ten zuiden van het Weerterbos gelegen gebied Weerter- en
Budelerbergen, een eeuw geleden nog een stuifzand- en heidegebied, is zo'n
belangrijk inzijgingsgebied. Met een minimum aan verdamping door de vegetatie
kon een maximale hoeveelheid water inzijgen. Door de bebossing met naaldbomen
in de eerste helft van de 20e eeuw nam echter de verdamping sterk toe wat een
negatief effect had op de hoeveelheid water die in de bodem trok. In de
toekomst kan er hard aan gewerkt worden om de hoeveelheid inzijgend water te
vergroten. Dat kan op twee manieren, enerzijds door naaldbossen om te zetten in
loofbossen (minder verdamping) en anderzijds naaldbossen om te zetten in
stuifzand en heide. Een uitdaging van formaat voor de toekomst.
Waar blijf je met
7.500 wagens zand?
De grootste
kostenpost bij projecten van deze omvang is die van het transport van de
vrijkomende grond. In het Weerterbos wordt komend najaar maar liefst 180.000 m3
grond afgegraven. Dat is een gigantische berg. Als we die grond op een
voetbalveld storten, wordt het een berg van 24 meter hoog! Door vraag en aanbod
slim te combineren zijn dergelijke projecten toch te realiseren. In dit geval
zijn de lijntjes wel héél kort. Bovendien krijgt de grond een herbestemming die
goed is voor de natuur... van het Weerterbos. De vrijkomende grond wordt
namelijk aan de zuidzijde van het Weerterbos gebruikt bij de aanleg van een
ecoduct, dat gebouwd gaat worden over de A2 en de spoorlijn, die daar vlak
naast elkaar lopen. Dat werkt kostenbesparend voor Het Limburgs Landschap en de
provincie Limburg, die garant staat voor een essentiële projectsubsidie. Maar
ook Rijkswaterstaat en Prorail zijn er blij mee. Zij zijn verantwoordelijk voor
de bouw van dit ecoduct en hoeven zo geen dure grond van elders aan te voeren.
Een uniek samenwerkingsproject dus waar werk met werk wordt gemaakt.Vanaf dit
najaar zullen vrachtwagens ruim 7.500 keer af en aan rijden om de ontgraven
grond uit het Weerterbos naar het ecoduct te brengen.
Ecoduct met
internationaal tintje van formaat
De A2 en de daar
parallel aan gelegen spoorlijn vormen samen een van de belangrijkste
ecologische barrières tussen een aantal waardevolle, grote natuurgebieden. Aan
de noordzijde van de A2 wordt niet alleen het Weerterbos beter bereikbaar. Ook
de dieren die leven in de nog noordelijker gelegen bossen in Someren en zelfs
de Strabrechtse Heide profiteren mee. Ten zuiden van het nieuwe ecoduct zijn de
Weerter- en Budelerbergen het eerste grote natuurgebied waaruit dieren naar het
noorden kunnen trekken, zonder het risico te lopen onder de wielen van auto of
trein te bezwijken. Ten zuiden daarvan ligt het grensoverschrijdende
Stramprooijerbroek, een groot grensoverschrijdend vochtig natuurgebied dat ver
in Vlaanderen reikt. Door graafwerk en grondverzet ontstaat zo een beter
verbonden ecologische eenheid van vele duizenden hectaren dat zich over
Nederlands én Belgisch Limburg en Noord-Brabant uitstrekt.